Andy Kelly 402111 Unsplash
Kunstmatige intelligentie – Enkele grote bedrijven met robots die straks al het werk doen en het geld verdienen. Wat betekent dat, niet ondenkbare, toekomstbeeld voor de functie van werk, geld en zingeving?

Over zeven jaar voeren robots meer taken uit dan mensen, voorspelt het World Economic Forum. Ruim de helft van al het werk is volgens de non-profitorganisatie dan in handen van programmeerbare machines. Momenteel is dat zo’n 30 procent. Deze verwachte toename vraagt om een nieuwe benadering van de arbeidsmarkt. Hoe moeten we, met de opkomst van robots in ons achterhoofd, over werk gaan nadenken?

Marli Huijer, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam: “Dankzij robots hoeven mensen in de toekomst maar vier uur per dag te werken, fantaseerde filosoof Bertrand Russell in 1935. De rest van de dag konden we besteden aan lezen, luieren en amusement. Kunstschilders konden eindeloos schilderen, artsen zich enkel richten op het onderzoek dat ze willen doen. Deze positieve blik lijkt me wat naïef. Niet alleen omdat het gevaar bestaat dat mensen enkel passief plezier opzoeken – bijvoorbeeld dag in dag uit voor de televisie hangen – maar ook omdat het de vraag is hoe blij mensen van al die vrije tijd worden. Werk draait niet enkel om het verrichten van arbeid. Het geeft het leven ook betekenis. Werk zorgt voor regelmaat en sociale contacten. Dankzij onze banen leiden we gereguleerde levens en weten we dat er mensen op ons wachten. Dat helpt om ons leven als betekenisvol te ervaren. Misschien hebben wij in de toekomst vanwege robots inderdaad kortere werkdagen. Het is zaak deze niet-economische aspecten van werk dan niet uit het oog te verliezen. De overheid kan daarin faciliterend optreden door mensen te stimuleren actief en met ritme te doen wat zij de moeite waard van vinden. We hoeven door de opkomst van robots dus niet anders over werk te gaan denken. We moeten juist erop letten dat we werk niet reduceren tot iets puur economisch of praktisch.”

“Werk zorgt er ook voor dat mensen zich nuttig voelen”, reageert Paul Teule, filosoof en econoom, docent aan de Universiteit van Amsterdam. “De discipline die nodig is om elke dag naar kantoor te gaan, ontleent ook kracht aan het feit dat je dit niet enkel voor jezelf doet. Ik denk dat het voor mensen belangrijk is dat ze die waardering voelen. Nu hebben we daar een vrij bot middel voor: we krijgen geld voor het werk dat we verrichten. Maar als robots steeds meer taken van ons overnemen, vraagt dat om een ander sociaaleconomisch systeem. Ons huidige systeem is gebaseerd op ruilhandel. We drukken in geld uit wat we iets waard vinden, om vervolgens zaken met elkaar uit te wisselen. Deze vorm vinden we heel vanzelfsprekend. Maar in de geschiedenis hebben we allerlei vormen voorbij zien komen. De filosofie van Karl Marx laat zien dat hierbij twee vragen van belang zijn: wat gebruiken we om te produceren? En welke samenleving hoort daarbij? Lang geleden stonden gewassen en vee centraal in ons leven. De samenleving organiseerde zich om die agrarische technieken heen. Daarna lukte het om de landbouw te organiseren en ontstond het feodale stelsel, waarbij belofte en trouw centraal staan. Toen de stoommachine werd uitgevonden, vond de industriële revolutie plaats en veranderden alle bestaande verbanden weer. En nu komen de robots. Het is de vraag wat voor structuur deze nieuwe productiekrachten nodig hebben.”

Huijer: “Als er door robots minder werk voor mensen overblijft, zullen we het werk eerlijker moeten verdelen. Bijvoorbeeld door een drie- of vierdaagse werkweek in te voeren. Dat kan geleidelijk gebeuren, gelijk opgaand met de opkomst van robots. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat het werk van mensen ooit overbodig wordt. Persoonlijk contact is daarvoor veel te belangrijk, bijvoorbeeld in de zorg en het onderwijs. Hetzelfde geldt voor maatwerk – denk aan de restauratie van een oud pand. Robots kunnen enkel gestandaardiseerd werk verrichten. Daarmee zullen ze desondanks veel taken van ons overnemen. Dat kan ervoor zorgen dat ons onderwijs verandert: in opleidingen komt de nadruk dan te liggen op taken die robots niet kunnen uitvoeren. Door de robotisering zal er in ons werk dan juist meer aandacht zijn voor menselijkheid en creativiteit. Mij lijkt dat interessant, mits er ook aandacht is voor de ethiek. Want het gevaar van dehumanisering loert steeds om de hoek. Hoe voorkom je dat kinderen minder vaak bij hun oude moeder langsgaan nu zij een gezellige zorgrobot in huis heeft?

“Bij dergelijke risico’s moeten we nu al stilstaan. Dat kan door tijdens de ontwikkeling van robots vragen te stellen als: wat is het belang van mens tot menscontact in de zorg? Of: wat is specifiek aan menselijk vakmanschap? Door dat in kaart te brengen, kunnen we ervoor zorgen dat deze zaken niet verdwijnen door de robotisering én dat mensen nog beter worden in dat werk.”

Teule: “Het blijft de vraag hoe de waardering voor deze banen zal worden uitgedrukt. Ik kan me voorstellen dat in de toekomst maar enkele grote robotbedrijven verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van onze producten. Onze huidige ruilhandel is dan niet langer interessant, omdat de boel te ongelijk verdeeld is. Die bedrijven hebben geen behoefte aan ons, wij wel aan hen. Wat ontvangen mensen dan voor hun werk? In de toekomst draait werk misschien niet langer om salaris, maar om het gebruiksrecht van allerlei zaken. Of verkrijgen we het recht op basisvoorzieningen ermee, zoals een huis en eten. De opkomst van robots kan er denk ik werkelijk voor zorgen dat wij niet langer geld krijgen voor ons werk. En dat we gaan nadenken over nieuwe mogelijkheden van waardering.”

Het artikel is van Alexandra van Ditmars
Photo by Andy Kelly on Unsplash

Leave a Reply

Your email address will not be published.

UA-47815322-3
%d bloggers like this: