UA-47815322-3

Rondkomen steeds moeilijker

Een goed inkomen, waar je in ieder geval van kan rondkomen, is niet voor iedere zzp’er weggelegd. Eén op de tien zzp’ers loopt het risico op armoede. “Lage vergoedingen, bezuinigingen en die zzp-wet maken het lastig.”

Dat zegt Dorine Schoon voor wie het steeds moeilijker wordt om rond te komen als muzikant. “Dit komt vooral door zeer lage gages. Het was al lastig vanwege de bezuinigingen in de cultuursector, maar nu wordt het steeds moeilijker.”

Factureren bij de grote orkesten mag plotseling niet meer door alle onzekerheden rondom de wet DBA, vertelt ze. “Dus moet ik telkens opnieuw in loondienst voor een enkele opdracht.” De opbrengsten houden niet over, zegt ze.

Minder profijt van economisch herstel

Schoon behoort tot de groeiende groep zzp’ers die risico loopt op armoede. In cijfers: het risico-op-armoedepercentage onder de 886 duizend zzp’ers is 9,4, zo blijkt het uit CBS-rapport ‘Armoede en sociale uitsluiting 2018’. Voor de 7,3 miljoen werkenden tussen de 15 en 75 jaar ligt dit op 3 procent.

En dit percentage is ten opzichte van vorig jaar licht gestegen onder zzp’ers. In 2015 lag het nog op 9,2 procent. De verklaring is hiervoor, zo stelt het CBS, dat zzp’ers in vergelijking met werknemers en zelfstandigen met personeel minder profiteren van het economisch herstel dat begin 2014 inzette.

Geen sociaal vangnet

Onder armoede verstaat het CBS ‘mensen die onvoldoende geld (inkomen) hebben om een bepaald consumptieniveau te realiseren dat in Nederland als minimaal noodzakelijk wordt geacht’. In 2016 lag de armoedegrens voor een alleenstaande op 1030 euro per maand.

Het armoederisico voor zzp’ers wordt verder vergroot doordat zzp’ers minder voltijdswerken. En vaak geldt: minder uren, minder inkomsten. Zzp’ers investeren daarnaast minder vaak in een sociaal vangnet, dat wil zeggen een arbeidsongeschiktheidsverzekering of pensioenvoorziening.

Ruim één miljoen Nederlanders knopen de eindjes aan elkaar


Peter van Zadelhoff vertelt waar de armoedegrens voor verschillende soorten huishoudens ligt en constateert dat het economisch herstel de mensen onder de armoedegrens nog nauwelijks heeft bereikt.

‘Stijgende armoede al jaren een trend’

De cijfers in het CBS-rapport zijn herkenbaar voor Jacqueline Zuidweg. Zij staat staat al 23 jaar ondernemers bij, en zzp’ers die in financiële problemen verkeren. Ze heeft zo’n 36.000 mensen geholpen. “Het merendeel komt in de problemen door privéomstandigheden: ziekte, scheiding. En dan lopen inkomsten ineens terug.”

Ze zegt dat de stijgende armoede onder zzp’ers al jaren de trend is. De gemiddelde ondernemer die bij haar bureau, Zuidweg & Partners, aanklopt heeft een schuld van 142.000 euro. “Ze wachten te lang met hulp vragen. Ondernemers zijn optimistische mensen. Ze blijven hoopvol en denken dat ze het wel redden.”

Doen wat je leuk vindt

Ondernemen betekent volgens haar vooral hard en veel werken, maar ook een ‘way of life’. “Het zijn mensen die doen wat ze leuk vinden. Ze houden van hun vrijheid en doen minder snel een beroep op bijvoorbeeld hulp van de overheid. Ik denk dat velen gelukkig zijn, ondanks een laag inkomen. Als ze hun ding maar kunnen blijven doen.”

Dat geldt ook voor Petra Feddema. Zij zat ooit in de bijstand, vond uiteindelijk een kantoorbaan met ‘fijn salaris en dikke auto’, maar werd niet gelukkig van haar negen-tot-vijf-baan. Vorig jaar zette ze De Verbindingsfabriek op en helpt nu anderen bij het vertrouwen vinden om te doen wat je leuk vindt.

‘Overheid moet ondernemers helpen’

Haar inkomsten liggen iets boven het bijstandsniveau van ruim 1000 euro. “Geen vetpot maar ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Ik doe wat ik leuk vind en heb er vertrouwen in dat het goed komt.” Zij behoort tot de zzp’ers die ‘niet in sociale zekerheid investeert’ en geen AOV heeft of voor pensioen spaart. “Zolang ik een stem heb en twee handen kan ik veel blijven doen.”

Volgens Zuidweg moet de overheid meer doen om zzp’ers te helpen bij het halen van een normaal inkomen uit hun onderneming. En uiteraard heeft ook de ondernemer zelf de plicht zich goed te informeren, ook al zijn de (belasting)regels soms ingewikkeld. “Deze mensen voorzien in hun eigen inkomen, daar moeten we vooral blij mee zijn.”

Armoede en sociale uitsluiting 2018, de belangrijkste punten:

  • In 2016 moesten 590.000 van de ruim 7,2 miljoen huishoudens rondkomen van een laag inkomen. Dat komt neer op 1,1 miljoen mensen, net zoveel als in voorgaande jaren.
  • Daarvan moesten er 224.000 huishoudens al ten minste vier jaar achtereen van een laag inkomen rondkomen. Dit zijn er 15.000 meer dan in 2015.
  • Gepensioneerden worden het minst getroffen door armoede.
  • Mensen in de bijstand lopen het meeste risico op armoede. Net als Syrische en Eritrese huishoudens, eenoudergezinnen en alleenstaanden tot de AOW-leeftijd.
  • In totaal leefden in 2016 ruim 292.000 minderjarige kinderen in een huishouden met een laag inkomen, 11.000 minder dan het jaar ervoor. Voor 117.000 van hen was dit het vierde jaar achtereen
  • Onder werkenden in de landbouw, bosbouw en visserij is het risico op een laag inkomen het grootst.
  • En onder ambtenaren het laagst.
  • Zzp’ers die werken in de handel, vervoer en horeca lopen het hoogste armoederisico.
%d bloggers like this: